Bij de gebiedsontwikkeling IJsseloevers in IJsselstein wordt een energie- en parkeerhub ingezet om ondanks netcongestie toch 560 nieuwe woningen te realiseren. Door grote elektriciteitsverbruikers – zoals warmtevoorziening en het laden van elektrische voertuigen – centraal te organiseren en slim aan te sturen, ontstaat er meer flexibiliteit binnen de beschikbare netcapaciteit. Daarmee laat het project zien dat decentrale oplossingen een belangrijke rol spelen om woningbouwprojecten mogelijk te maken in gebieden waar het elektriciteitsnet onder druk staat.
Projecten zoals IJsseloevers laten zien dat de oplossing voor netcongestie niet alleen in netwerkverzwaring zit, maar juist ook in slimmere en meer decentrale energiesystemen. Door energieverbruik lokaal te bundelen en dit actief te managen, kun je piekbelasting op het net aanzienlijk verminderen.
Laadmomenten sturen
Slimme energiemanagementsystemen en gebouwautomatisering maken het mogelijk om vraag en aanbod continu op elkaar af te stemmen. Denk aan het sturen van laadmomenten voor elektrische voertuigen, het optimaliseren van warmtesystemen of het tijdelijk opslaan van energie. Daarmee creëer je flexibiliteit die het bestaande elektriciteitsnet ontlast.
Voor nieuwbouwlocaties waar netcongestie een rem zet op ontwikkeling, kunnen dergelijke energiehubs een belangrijk instrument zijn. Door vanaf het ontwerp van een wijk na te denken over lokale opwek, opslag en slim energiemanagement, ontstaat er een integraal systeem dat veel efficiënter met beschikbare netcapaciteit omgaat.
In ontwerpfase meenemen
Ook in prefab en industriële woningbouw ligt hier een kans. Doordat woningen steeds meer als geïntegreerde systemen worden ontworpen en geproduceerd, kunnen energiemanagement, laadinfra, zonnepanelen en opslag al in de ontwerpfase worden meegenomen. Dat maakt het mogelijk om ‘netbewust’ te bouwen.
Daarnaast zien we dat kleinschaligere decentrale oplossingen eveneens veel potentie hebben. Een voorbeeld is de InnovaHub van HyLife Innovations, waar lokaal energiebeheer wordt ingezet om vraag en aanbod binnen een beperkte omgeving te balanceren. In zulke hubs kan kortstondige opslag in batterijen pieken op het elektriciteitsnet opvangen, terwijl energie die langere tijd beschikbaar moet blijven, in de toekomst via bijvoorbeeld waterstof kan worden opgeslagen voor seizoensoverbrugging.
De schaal en toepassing verschillen per project, maar het principe blijft hetzelfde: door energie lokaal slimmer te organiseren en flexibel op te slaan, ontstaat er ruimte om te blijven bouwen en elektrificeren, zelfs wanneer het stroomnet onder druk staat.