Hoge Raad: psychische mishandeling kan niet onder het wetsartikel mishandeling in het Wetboek van Strafrecht vallen
Psychische mishandeling zonder fysiek aspect is onder de huidige wetgeving niet strafbaar als ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in een zaak waarin het Openbaar Ministerie cassatieberoep had ingesteld.
De zaak
De verdachte wordt verweten dat zij haar kind meermalen heeft mishandeld. Het hof heeft de verdachte voor een deel van die mishandelingen en voor andere feiten veroordeeld tot 120 uren taakstraf, waarvan 60 uren voorwaardelijk. Het hof sprak de verdachte vrij van een ander deel van de mishandelingen waarvan zij werd beschuldigd. Het ging daarbij onder andere om het onder dwang geruime tijd op een krukje zetten van het kind, het geruime tijd alleen in de auto achter laten van het kind en het kleinerend en denigrerend toespreken van het kind. Het Openbaar Ministerie stelde beroep in cassatie in en wil hiermee duidelijkheid krijgen over de vraag in hoeverre psychische mishandeling valt onder de reikwijdte van het artikel dat mishandeling strafbaar stelt (artikel 300 Sr) .
Conclusie advocaat-generaal (AG)
De AG adviseert de Hoge Raad in zijn conclusie van 10 maart 2026 (ECLI:NL:PHR:2026:238) de bestanddelen ‘mishandeling’ en ‘benadeling van de gezondheid’ niet zodanig uit te leggen dat op grond daarvan psychische mishandeling voortaan zelfstandig strafbaar is onder artikel 300 Sr. Mede gelet op een aangekondigd wetsvoorstel waarmee vormen van psychische mishandeling zelfstandig strafbaar worden gesteld, zou zo’n uitleg van de wet door de rechter op belangrijke bezwaren stuiten en de rechterlijke interpretatievrijheid te buiten gaan.
Uitspraak Hoge Raad
Bij ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 Sr gaat het om het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid en – onder omstandigheden – het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam. Zo’n min of meer hevige onlust – die het gevolg is van een op het lichaam van het slachtoffer inwerkende gedraging – kan onder omstandigheden bestaan in psychisch leed.
Het gaat er bij mishandeling in de zin van artikel 300 Sr dus om dat de betreffende gedraging inwerkt op het lichaam van het slachtoffer. Gedragingen zonder zo’n fysiek aspect die uitsluitend psychisch leed tot gevolg hebben, vallen niet onder het in artikel 300 Sr bedoelde begrip ‘mishandeling’. Er is ook geen sprake van ‘mishandeling’ als gedragingen zonder fysiek aspect psychisch leed hebben veroorzaakt dat vervolgens heeft geleid tot nadelige lichamelijke gevolgen, zoals buikpijn of braakverschijnselen door stress. Dit betekent ook dat onder ‘benadeling van de gezondheid’, zoals dat wordt genoemd in artikel 300 lid 4 Sr, niet de enkele benadeling van de geestelijke gezondheid valt.
In deze uitspraak legt de Hoge Raad verder aan de hand van wetsgeschiedenis en rechtspraak uit dat ‘psychische mishandeling’ niet zelfstandig kan worden aangemerkt als ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 Sr en dat er geen grond is om artikel 300 Sr ruimer uit te leggen. Daarbij is van belang dat ‘psychische mishandeling’ geen duidelijk afgebakende betekenis heeft en uiteenlopende gedragingen kan omvatten die in enige mate of vorm psychisch leed bij een ander tot gevolg hebben.
Dit soort gedragingen kunnen onder omstandigheden nu wel binnen het bereik van andere strafbaarstellingen vallen. Daarbij kan worden gedacht aan dwang, bedreiging en belaging. Gelet op de rechtspolitieke keuzes die in geval van een eventuele uitbreiding van de strafbaarstelling van mishandeling gemaakt moeten worden, is het aan de wetgever om – ook gelet op internationale regelgeving en de daaruit voortvloeiende verplichtingen voor de Staat – af te wegen of zo’n uitbreiding plaatsvindt en, zo ja, hoe die vorm krijgt.
Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie slaagt dan ook niet. Met het oordeel van de Hoge Raad is de uitspraak van het hof definitief.
Publicatie op rechtspraak.nl