Loonkloof in acht jaar gehalveerd, vrouwen aan de top verdienen nog altijd fors minder

• MKB Servicedesk Van Spaendonck

Gecorrigeerde loonkloof daalt naar 1,2%, verschillen tot 25% in specifieke functies

De loonkloof in het Nederlandse mkb is de afgelopen acht jaar bijna gehalveerd. In 2026 bedraagt de gecorrigeerde loonkloof – het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen bij gelijk werk – nog 1,2%. In 2018 was dat 2,6%. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van MKB Servicedesk en Van Spaendonck, gebaseerd op ruim 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken van 145.000 mkb-bedrijven.

De daling is positief, maar verhult grote verschillen binnen sectoren en functies. Vooral aan de top is de kloof hardnekkig: vrouwelijke directeuren verdienen gemiddeld 16,4% minder dan hun mannelijke collega’s. In sommige functies loopt het verschil zelfs op tot bijna 25%, zoals bij projectleiders.

Ongecorrigeerd verschil blijft aanzienlijk

Kijkend naar het totale mediane maandloon verdienen mannen in het mkb gemiddeld € 4.004 per maand, tegenover € 3.590 voor vrouwen: een verschil van € 414, oftewel 11,5%. Een groot deel daarvan is te verklaren door verschillen in werkuren, functies en ervaring. Zo werken vrouwen tussen de 30 en 50 jaar gemiddeld 28,2 uur per week, tegenover 37,7 uur bij mannen in dezelfde leeftijdsgroep.

Na correctie voor deze factoren blijft 1,2% over als onverklaarbaar verschil. In 2025 was dit nog 1,8%.

Meer vrouwen verdienen minimumloon

De totale loonkloof hangt ook samen met beroepskeuzes. In zogenoemde ‘mannenberoepen’ – zoals monteur, projectleider en chauffeur – ligt het mediane salaris op € 4.073 per maand. In typische ‘vrouwenberoepen’ – zoals cliëntondersteuner, thuisbegeleider en customer service medewerker – bedraagt dat € 3.779.

Daarnaast zijn vrouwen oververtegenwoordigd aan de onderkant van de loonverdeling: in 2026 verdient circa 14% van de vrouwen in het mkb minimumloon, tegenover ongeveer 12% van de mannen.

Sectoren en functies lopen sterk uiteen

In veel functies is inmiddels geen loonkloof meer zichtbaar, zoals bij software engineers en fysiotherapeuten . Maar in andere functies zijn de verschillen fors. Zo bedraagt de gecorrigeerde loonkloof bij directeuren in zakelijke dienstverlening 22,1% en bij projectleiders 24,6% .

Ook per sector zijn er duidelijke verschillen. In de metaal- en technische bedrijfstakken is de gecorrigeerde loonkloof het grootst (4%), terwijl in de sector gezondheid en welzijn vrouwen bij gelijk werk gemiddeld 0,6% meer verdienen dan mannen.

Vooral 50-plussers en topfuncties blijven achter

De loonkloof neemt toe met de leeftijd. Bij werknemers tussen 18 en 30 jaar is het verschil vrijwel nul (0,2%), maar bij 50-plussers loopt dat op tot 3,5%. Hierbij speelt onder meer het generatie-effect een rol. “Uit de Emancipatiemonitor van het CBS blijkt dat het hier vooral om een generatie-effect gaat: oudere generaties vrouwen werkten altijd al minder uren dan jongere generaties” , aldus Jade Karthaus, hoofdredacteur bij MKB Servicedesk.

Opvallend is dat cao’s de kloof beperken: functies met een cao kennen structureel kleinere verschillen dan functies zonder cao. Cao's leggen salarisschalen en functiegraden vast, waardoor er minder ruimte is voor willekeurige beloningskeuzes.

Wetgeving dwingt tot actie

Met de komst van de Wet Loontransparantie worden grotere mkb-bedrijven vanaf 2027 verplicht inzicht te geven in beloningsverschillen. “Als werkgever kun je nu al salarisschalen per functiegroep vastleggen en inzichtelijk maken voor je HR-verantwoordelijke of leidinggevenden. Zo voorkom je dat beloningsverschillen ongemerkt ontstaan bij individuele afspraken of onderhandelingen”, aldus Jade Karthaus.

Over het onderzoek

Voor dit onderzoek zijn 1,2 miljoen verloningen per maand geanalyseerd, afkomstig van Loket. Het gaat hierbij om daadwerkelijk uitbetaalde lonen tot en met februari 2026.

Niet alle sectoren maken gebruik van deze software. Bepaalde sectoren, waar onvoldoende data beschikbaar was, zijn buiten beschouwing gelaten.

In dit bericht wordt met mediaan inkomen het meest representatieve inkomen bedoeld, waarbij de helft van NL meer en de andere helft van NL minder verdient.