Het Rijksmuseum verwerft befaamd baluster van Amalia van Solms

• Zebregs&Röell Fine Art and Antiques

Het Rijksmuseum heeft een befaamd baluster weten te bemachtigen. Deze baluster, ontdekt door antiquairs, was onderdeel van de balustrade die ooit rond het bed van Amalia van Soms (1602-1675) , de Moeder der Oranjes, stond. De baluster is dankzij een gulle donateur vanaf heden te bezichtigen in het Rijksmuseum.

Kunsthandel Zebregs&Röell te Amsterdam ontdekte het in Frankrijk, waar het op een rommelmarkt verkocht werd. Het onbetaalbare hekwerk werd omstreeks 1640 door de VOC cadeau gedaan aan Amalia van Solms en stond in Paleis Huis ten Bosch. Tot het geveild, verzaagd en vernield werd.

Amalia van Solms was de vrouw van Frederik Hendrik van Oranje, de zoon van vader des vaderlands Willem van Oranje en wordt vanwege haar grote invloed als de ‘Moeder der Oranjes’ gezien. Als een mondaine koningin vroeg zij aan de VOC een balustrade voor tussen het Statiebed en de rest van de kamer, zodat zij vanuit bed belangrijke bezoekers kon ontvangen, zoals gebruikelijk was aan de Europese hoven. Dickie Zebregs: “Het hedendaagse equivalent zou zijn dat Koningin Maxima aan Elon Musk vraagt een hekwerk naar Mars te brengen en het te laten bekleden met Mars-steen – en het weer terug te brengen. Zo ver weg was Japan en zo kostbaar was deze exercitie.”

“Aan het einde van de 18e-eeuw is het hele interieur van Huis ten Bosch geveild ten tijde van de Bataafse Republiek, maar het des tijds oubollige hekwerk bleef onverkocht. Het is vervolgens naar Parijs gebracht waar het door meubelmakers verzaagd is en gebruikt werd in andere meer modieuze meubelstukken.” In deze meubels zijn delen van balusters boven elkaar geplaatst of doorgezaagd, waardoor de handelaren een reconstructie konden maken van hoe de spijltjes er uit gezien moeten hebben. “Dit kwam exact overeen met onze baluster. Dat is het moment dat je hart sneller gaat kloppen.”

Vermoedelijk heeft deze baluster het overleefd omdat het bij een meubelmaker in een bak van ratjetoe is beland. “De ateliers van meubelrestauratoren vandaag de dag zijn vergelijkbaar: zij bewaren allerhande onderdelen van meubels om ooit nog te gebruiken.” aldus Guus Röell, mede-eigenaar van de galerie. Waarschijnlijk is een generaties oud atelier opgeheven en zijn de mooiste restanten en stukken hout verschenen op een Franse rommelmarkt.”

Over wat er voor de baluster is betaald doen de handelaren Zebregs en Röell geen uitspraken. “We zijn blij dat het Rijksmuseum een enorm gulle donateur heeft weten te vinden om deze voor Nederland uitzonderlijk belangrijke aankoop te kunnen doen in deze moeilijke tijden.” De baluster is inmiddels in het museum te bezichtigen.