Combinatiebehandeling beenvaatjes geeft minder bijwerkingen

• Traffic Family

Een behandeling waarbij lasertherapie en sclerotherapie worden gecombineerd, gaat bij de behandeling van kleine zichtbare beenvaatjes gepaard met minder van bepaalde bijwerkingen dan sclerotherapie alleen. Dat blijkt uit een nieuwe systematische review en meta-analyse die in juli is gepubliceerd in het Journal of Vascular Surgery: Venous and Lymphatic Disorders.

Afbeeldingsbron: Pexels

De onderzoekers analyseerden zes eerdere studies met in totaal 813 patiënten. De studies gingen over de behandeling van telangiectasieën en reticulaire venen. Telangiectasieën zijn kleine, verwijde bloedvaatjes die vlak onder de huid zichtbaar zijn en ook wel spider veins of beenvaatjes worden genoemd. Reticulaire venen zijn iets grotere zichtbare aderen.

Zichtbare vaatveranderingen moeten worden onderscheiden van andere huidaandoeningen, omdat het bij telangiectasieën en reticulaire venen specifiek gaat om verwijde bloedvaten. De onderzochte behandelingen waren dan ook gericht op deze vaatjes en niet op huidaandoeningen in bredere zin.

In het onderzoek werd gekeken naar cryo-laser cryo-sclerotherapie (CLaCS). Daarbij worden lasertherapie en sclerotherapie gecombineerd en wordt de huid tijdens de behandeling gekoeld. Bij sclerotherapie wordt een middel in de betreffende ader gespoten om het bloedvat te behandelen.

Van de zes onderzochte studies bevatten er drie gegevens waarmee CLaCS rechtstreeks kon worden vergeleken met sclerotherapie alleen. Daarbij ging het om 363 patiënten die met CLaCS waren behandeld en 259 patiënten die alleen sclerotherapie kregen.

Bij het beenvaatjes verwijderen met de combinatiebehandeling kwam zogenoemde matting, waarbij na een behandeling nieuwe fijne bloedvaatjes zichtbaar worden, significant minder vaak voor. Ook werden minder microtrombi, kleine bloedstolsels in de behandelde vaatjes, en minder bloeduitstortingen gevonden.

Voor hyperpigmentatie, een donkere verkleuring van de huid na de behandeling, vonden de onderzoekers geen statistisch significant verschil tussen beide behandelmethoden. Ook voor huidnecrose werd geen significant verschil aangetoond.

De onderzoekers keken daarnaast naar het verdwijnen van de zichtbare vaatjes na behandeling met CLaCS. In vijf studies, met gezamenlijk 548 patiënten, werd bij gemiddeld ongeveer 91 procent een bevredigend resultaat gemeld. De resultaten tussen de afzonderlijke studies liepen echter sterk uiteen. Daardoor moeten deze cijfers volgens de analyse voorzichtig worden geïnterpreteerd.

Ook de manier waarop patiënttevredenheid werd gemeten verschilde tussen de studies. In de drie onderzoeken die hierover rapporteerden, lag de tevredenheid bij de verschillende behandelmethoden rond de 85 tot 90 procent.

De onderzoekers concluderen dat CLaCS bij de behandeling van telangiectasieën en reticulaire venen samenhangt met minder matting, microtrombi en bloeduitstortingen dan sclerotherapie alleen. Tegelijkertijd wijzen zij op verschillen tussen de beschikbare onderzoeken en op de noodzaak van verder onderzoek met meer gestandaardiseerde uitkomstmaten.

Bronnen:

Cryolaser cryosclerotherapy versus isolated sclerotherapy for telangiectasias and reticular veins: A systematic review and meta-analysis

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/42497954/