Begin augustus stond het Duitse Verden een week lang in het teken van de wereldkampioenschappen voor jonge dressuurpaarden. Tussen tientallen combinaties uit heel Europa ging de titel bij de zevenjarigen naar een Nederlandse combinatie: de 21-jarige Tessa Kole en de KWPN-merrie Odi Murona. Twee dingen werden daarmee opnieuw bevestigd. Nederlandse warmbloed paarden horen nog altijd bij de wereldtop, en die reputatie reikt intussen ver voorbij de eigen grens.
Afbeeldingsbron: Pexels
Nederland pakt goud op het WK Jonge Dressuurpaarden
Met een score van 83,429 procent bleef Kole slechts een fractie voor op de Britse topamazone Charlotte Dujardin, die met 83,115 procent het zilver pakte. Geen kleinigheid: Dujardin geldt al jaren als een van de beste dressuurruiters ter wereld. Voor Odi Murona was het bovendien pas haar eerste optreden in een arena van dit formaat. Jurylid Monique Peutz was na afloop lovend. "Zo willen we dat een paard voorgesteld wordt", zei ze over de proef. Opvallend detail: Kole leidde de merrie zelf al op sinds haar derde levensjaar, van jong paard tot wereldkampioen.
Nederland als fokland van topsportpaarden
Dat er in Verden weer een Nederlands paard bovenaan eindigde, is geen toeval. De Nederlandse fokkerij bouwt al decennia aan een reputatie op het gebied van dressuur en springen. Het stamboek achter deze paarden combineert gerichte selectie met strenge keuringen. Alleen dieren die aan hoge eisen voldoen, komen door tot de volgende fase van hengsten- en merriekeuringen. Die aanpak werpt vruchten af. Nederlandse paarden staan aan de basis van olympische medailles, wereldtitels en tientallen internationale overwinningen, in disciplines die verder weinig met elkaar gemeen hebben behalve het land van herkomst.
Groeiende vraag vanuit het buitenland
De belangstelling voor Nederlandse sportpaarden reikt allang verder dan de eigen grens. Vooral in Noord-Amerika en het Verenigd Koninkrijk groeit de vraag naar dieren die op het hoogste niveau kunnen presteren. Recente cijfers van het CBS laten zien hoe groot die exportstroom inmiddels is: in 2024 exporteerde Nederland voor 457,5 miljoen euro aan paarden, tegenover 364,2 miljoen euro een jaar eerder. Het overgrote deel van die waarde ging naar de Verenigde Staten, met name in de vorm van dure sportpaarden. Gemiddeld bracht een geëxporteerd paard 24.000 euro op.
Die belangstelling van over de grens is niet uniek voor de paardenwereld. Van festivals tot vakbeurzen: steeds vaker weten buitenlandse bezoekers en kopers de weg naar Nederlandse evenementen en producten te vinden, iets wat ook in heel andere sectoren terug te zien is. Zo blijft ook de handel in warmbloed paarden onderdeel van een bredere trend, waarbij Nederlandse kwaliteit internationaal wordt herkend en gewaardeerd. Halverwege september staat bovendien het WK Jonge Springpaarden in het Belgische Lanaken op het programma, opnieuw een podium waar Nederlandse fokproducten zich internationaal kunnen bewijzen.
Wat een goede sportcarrière vraagt van een jong paard
Achter een paard dat in Verden of Lanaken aan de start verschijnt, gaat jaren werk schuil. Een jong paard doorloopt eerst de gebruikelijke keuringen, waarbij exterieur, beweging en karakter worden beoordeeld. Daarna volgt de opbouw richting sportprestaties: stap voor stap, met genoeg rust tussen de trainingen om het paard fysiek te laten meegroeien met wat er van hem wordt gevraagd. Fokkers en handelsstallen investeren in deze periode fors, vaak jarenlang, voordat een paard klaar is voor de internationale markt. Dat verklaart ook waarom kopers uit het buitenland zo gericht zoeken. Een paard met een zorgvuldige afkomst en een geduldige opleiding is zeldzaam. En dus gewild.
Nederlandse paardensport blijft een exportproduct
De combinatie van sportsuccessen en fokkerijkwaliteit houdt Nederland stevig op de kaart als herkomstland voor topsportpaarden. Terwijl Kole en Odi Murona met de wereldtitel huiswaarts keerden, groeide tegelijkertijd de vraag vanuit verre markten door. Beide ontwikkelingen versterken elkaar: sportsucces trekt kopers aan, en die kopers houden op hun beurt de fokkerij en de handel scherp. Zolang die combinatie standhoudt, blijft de Nederlandse paardenwereld een factor van betekenis. Niet alleen in de arena, maar ook ver daarbuiten.
