MBO is een cruciaal onderdeel van de economische innovatieve infrastructuur.
Zonder een modern, innovatief en regionaal ingebed MBO verliest Nederland de internationale concurrentiestrijd. De nieuwe economische dynamiek ontstaat niet meer primair vanuit Den Haag, maar vanuit krachtige regionale ecosystemen zoals Brainport Eindhoven en de MRDH-regio Rotterdam-Den Haag. Daar werken bedrijven, start-ups, publieke instellingen en onderwijs samen aan nieuwe industriepolitiek van onderop. Het MBO is daarin strategisch onmisbaar, omdat de internationale concurrentie zich met name richt op het schaarse technologische talent, de vakmensen van de toekomst.
Steven de Waal, voorzitter van denktank Public SPACE Foundation en voorzitter Raad van Toezicht van ROC Midden Nederland, ging op New Business Radio hierover in gesprek met Staf Depla o.a. voorzitter Raad voor Energie en Doekle Terpstra o.a. aanjager van het Nationaal Energiepact 2020 en oud-voorzitter van Techniek Nederland.
Terwijl Nederland verwikkeld is in een geopolitieke strijd om technologie, energie, industrie en strategische autonomie, behandelt de nationale politiek het MBO nog te vaak als slechts een publieke basis onderwijsvoorziening in plaats van als de cruciale economische en innovatieve infrastructuur die het inmiddels is.
Publieke bekostiging is te zuinig, te traag en te bureaucratisch om onderwijs technologisch bij de tijd te houden, gezien de enorme technologische versnellingen die wereldwijd gaande zijn. Daardoor dreigt een gevaarlijke kloof: studenten worden opgeleid voor technieken en beroepen die al achterhaald zijn zodra zij de arbeidsmarkt betreden. De oplossing ligt in veel intensievere publiek-private samenwerking, met ruimte voor samenwerking tussen bedrijfsleven, private maatschappelijke ondernemingen en stichtingen met een maatschappelijk en publiek doel die nu het onderwijs uitvoeren en vernieuwen.
Regionale ecosystemen rond innovatieve industrie
De beide gasten benadrukken vooral de grote transities die gaande zijn door de opbouw en vormgeving van nieuwe regionale ecosystemen rond innovatieve industrie, waarbij beide intensief betrokken zijn. Onderliggend gaat het erom als land voorop te lopen in deze innovatieve ontwikkelingen en toe te werken naar meer strategische autonomie, waar inmiddels heel Europa op aandringt.
Staf Depla schetst dat vanuit zijn ervaringen met de regie op het al langer bestaande en nu succesvolle Brainport Eindhoven, Doekle Terpstra als trekker van de beginnende regionale samenwerking rond de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Speerpunten zijn in beide gevallen: het binnenhalen en laten groeien van nieuw talent, concentratie van de bestaande industrie met vooral ook start-ups en scale-ups en dus ook van onderlinge sociale verbindingen door campussen e.d. Daarin is zichtbaar en aanwezig goed technisch onderwijs, van MBO tot universiteit, van cruciaal belang.
Politieke consequenties
Dit raakt aan een grotere politieke kwestie: de botsing tussen oude nationale sturingsmodellen en een nieuwe economie die regionaal, technologisch en maatschappelijk georganiseerd raakt. De steeds grotere en slimmere internationale concurrentie op nieuwe technologie, wordt beantwoord vanuit dit type regionale economische en ruimtelijke vernieuwing en clustering. Een van de grootste factoren in die internationale concurrentie waar deze regio’s middenin staan en een antwoord op zijn, is het werven, behouden en verder ontwikkelen van talent. Dat is ook de kerntaak van het MBO.
Het vergt allereerst een ambitieuze agenda rond Leven Lang Leren en Ontwikkelen van Nederlandse vakmensen, om deze technologische ontwikkelingen bij te houden en te kunnen toepassen in hun werk. Het vergt tevens een veel opener blik op het werven en verder ontwikkelen van talent uit het buitenland. De internationale concurrentie richt zich nu, wereldwijd, op dit noodzakelijke human talent en dus vergt dat een veel minder nationalistische agenda dan nu in Den Haag geldt.
De politieke consequentie is groot: wie het MBO serieus versterkt, investeert niet alleen in onderwijs, maar in nationale verdienkracht, technologische innovatie, energietransitie en strategische autonomie. Maar precies daardoor stijgen ook de verwachtingen. Het MBO wilde al jaren erkenning en status en krijgt die nu met tegelijk de zware verantwoordelijkheid om de economische transities van en voor Nederland daadwerkelijk mogelijk te maken.
Het interview eindigt dus met enige adviezen aan het kabinet
- Zorg voor innovatieve kwaliteit van het MBO zodat studenten ook leren wat de nieuwste en nog aankomende technieken zijn die in het vooroplopende bedrijfsleven en publieke werkgevers al gangbaar worden. Dit vergt veel meer publiek-private samenwerking.
- Maak zowel het onderwijsaanbod als de docentenpopulatie flexibeler en innovatiever om deze ontwikkelingen bij talenten werven en praktisch opleiden, te kunnen bijhouden.
- Geef aandacht aan de fundamenteel veranderende context voor vakmensen en techniek: af en toe stagnerende transities, toenemende en soms ook ongewisse samenwerking tussen heel diverse partijen en toenemende inbreng in die ontwikkelingen door burgerinitiatieven.