Vier op vijf zakelijke klanten overweegt fintech, ook voor holdings groeit het aanbod

• Traffic Family

Vier op de vijf zakelijke bankklanten overweegt binnen twaalf maanden gebruik te maken van een niet-bancaire financiële instelling. Dat blijkt uit het World Corporate and Investment Banking Report 2026 van het Capgemini Research Institute, gepubliceerd op 16 maart 2026. Het rapport is de eerste editie in zijn soort en is gebaseerd op inzichten van 750 senior executives bij corporate en investment banken, grote ondernemingen en niet-bancaire financiële instellingen wereldwijd. De conclusie is helder: de kloof tussen wat zakelijke klanten verwachten en wat traditionele banken leveren, groeit snel.

Voor directeur-grootaandeelhouders (DGA's) sluit dat aan bij een herkenbaar beeld. Wie op zoek is naar een bankrekening voor holding stuit bij traditionele banken steeds vaker op hoge vaste kosten, trage procedures en beperkte digitale functionaliteit. Tegelijkertijd is snel een zakelijke rekening openen een mogelijkheid geworden voor DGA's en andere ondernemers via fintech-aanbieders, waarbij de doorlooptijd van aanvraag tot actieve rekening in veel gevallen is teruggebracht van weken naar uren. Die ontwikkeling is onderdeel van een bredere structurele verschuiving in de manier waarop Nederlandse ondernemers hun zakelijke bankzaken organiseren.

Stijgende bankkosten treffen holdings onevenredig hard

Een deel van de verklaring voor de groeiende onvrede ligt in de kostenontwikkeling bij de grootbanken. In 2025 voerden meerdere grote Nederlandse banken zogeheten KYC-opslagen in, een term afgeleid van het Engelse Know Your Customer. Deze kosten dekken de wettelijk verplichte klantonderzoeken die banken moeten uitvoeren in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, beter bekend als de Wwft. Uit analyse van financiële vergelijkingssite Boekhouder.nl blijkt dat de effectieve maandprijs bij een bank als Rabobank voor een holdingstructuur met twee BV's kan oplopen tot ruim 43 euro per maand, inclusief een KYC-opslag van 8,75 euro per BV.

Dat bedrag staat voor holdings in weinig verhouding tot het feitelijke gebruik van de rekening. Een holding-BV kenmerkt zich doorgaans door een beperkt aantal transacties per jaar: dividenduitkeringen, managementfees en incidentele intercompany-overboekingen. De vaste lasten zijn daarmee verhoudingsgewijs hoog ten opzichte van de geleverde dienstverlening, wat de zoektocht naar goedkopere alternatieven voor veel DGA's aanwakkert.

Onvrede groeit: slechts één op vier klanten tevreden over digitale dienstverlening

De bevindingen uit het Capgemini-rapport gaan verder dan kosten alleen. Uit hetzelfde onderzoek, dat wereldwijd 750 senior executives bevroeg, blijkt dat slechts 23 procent van de zakelijke bankklanten van mening is dat hun bank voldoende realtime, gepersonaliseerde en digitale dienstverlening biedt. De frustraties zijn concreet: 92 procent van de respondenten meldt beperkte integratie tussen de bankomgeving en bedrijfssystemen zoals ERP- en treasurysoftware. Daarnaast ervaart 89 procent een gebrek aan personalisatie en flexibiliteit, en wijst 68 procent op onvoldoende mogelijkheden voor geavanceerde analyses en financiële prognoses.

Het rapport signaleert op basis daarvan een structurele vertraging in de omzetgroei van corporate en investment banken. Waar die groei tussen 2022 en 2024 nog 6,5 procent per jaar bedroeg, verwacht Capgemini dat dit cijfer de komende vijf jaar terugvalt naar een samengesteld jaarlijks groeipercentage van 5,4 procent. Niet-bancaire spelers groeien in diezelfde periode sneller dan ooit.

Wat maakt een rekening geschikt voor een holding?

Bij het beoordelen van een zakelijke rekening voor een holdingstructuur gelden andere maatstaven dan bij een operationele werkmaatschappij. Omdat holdings doorgaans weinig betalingsverkeer kennen maar wel over aanzienlijke liquide middelen kunnen beschikken, wegen kostenbeheersing en overzicht zwaarder dan transactiemogelijkheden. Een aantal criteria verdient daarbij specifieke aandacht:

  • Acceptatie van de holdingstructuur: niet elke aanbieder ondersteunt complexe structuren met meerdere lagen of meerdere aandeelhouders. Het is verstandig dit vooraf te verifiëren, omdat sommige digitale aanbieders uitsluitend enkelvoudige structuren accepteren.
  • Vaste maandkosten: bij holdings met weinig transacties wegen vaste kosten zwaarder dan transactiekosten. Een laag of afwezig maandtarief is voor de meeste holdings gunstiger dan een pakket met veel gratis transacties.
  • Beheer van meerdere entiteiten: DGA's met zowel een holding als een of meer werkmaatschappijen profiteren van een platform waarop meerdere rekeningen vanuit één omgeving kunnen worden beheerd, zonder telkens opnieuw in te loggen.
  • Koppeling met boekhoudsoftware: een directe integratie met gangbare boekhoudpakketten bespaart tijd en vermindert het risico op fouten bij de administratieve verwerking van transacties en intercompany-overboekingen.
  • Depositogarantie: niet elke fintech beschikt over een volledige bankvergunning. Aanbieders die opereren als betalingsinstelling vallen buiten het depositogarantiestelsel, dat bescherming biedt tot 100.000 euro per rekeninghouder per instelling via De Nederlandsche Bank.
  • Snelheid van onboarding: de doorlooptijd van aanvraag tot een actieve rekening verschilt sterk per aanbieder. Bij veel fintech-aanbieders bedraagt die doorlooptijd uren in plaats van weken.

Wie deze criteria naast elkaar legt, merkt dat de keuze voor een holdingrekening in 2026 meer afwegingen vraagt dan een jaar geleden. Het groeiende aanbod van digitale aanbieders vergroot de keuzemogelijkheden, maar maakt een grondige vergelijking tegelijkertijd noodzakelijker.

Fintech vult het gat dat grootbanken laten vallen

De opkomst van fintech als alternatief voor zakelijk bankieren is geen tijdelijk verschijnsel. Uit gezamenlijk onderzoek van De Nederlandsche Bank en de Financial Stability Board bleek in 2025 al dat de financiering via fintech-platforms in twee jaar tijd bijna was verdubbeld. In het segment van zakelijke betaalrekeningen is een vergelijkbare beweging zichtbaar: meerdere Nederlandse en Europese aanbieders richten zich inmiddels specifiek op de markt van DGA's, MKB-ondernemers en holdingstructuren.

Het aanbod voor holdingrekeningen is daarmee merkbaar diverser geworden. Waar grootbanken traditioneel de enige serieuze keuze leken voor complexere bedrijfsstructuren, bieden fintech-aanbieders inmiddels vergelijkbare basisfunctionaliteit tegen lagere vaste kosten en met kortere doorlooptijden. De acceptatie van holdingstructuren door fintech-partijen verschilt echter per aanbieder: sommigen ondersteunen uitsluitend eenvoudige constructies met één aandeelhouder en één werkmaatschappij, terwijl anderen ook meerdere entiteiten onder één account kunnen beheren.

Aandachtspunten bij een overstap

Een overstap van een grootbank naar een fintech-aanbieder vraagt om zorgvuldige voorbereiding. Naast de eerder genoemde depositogarantie verdient de vraag of de aanbieder een officiële bankverklaring kan afgeven bijzondere aandacht. Een dergelijke verklaring is in een aantal zakelijke situaties vereist, bijvoorbeeld bij het aantonen van financiële soliditeit richting een verhuurder of een financier. Niet alle digitale aanbieders bieden deze mogelijkheid aan, wat in de praktijk tot onverwachte beperkingen kan leiden.

Verder is de continuïteit van de dienstverlening een factor van belang. Fintech-aanbieders zijn doorgaans jonger dan de traditionele grootbanken en hebben een kortere staat van dienst. Een beoordeling op basis van onder andere de vergunningsstatus, de juridische vestigingsplaats en de aan de rekening verbonden voorwaarden geeft meer inzicht in de soliditeit van de aanbieder op de langere termijn.

Het bancaire landschap voor DGA's verschuift structureel

De combinatie van hogere vaste kosten bij grootbanken, een toenemende onvrede over digitale dienstverlening en een volwassener wordend fintech-aanbod zorgt voor een duurzame verschuiving in de manier waarop DGA's hun holdingrekening inrichten. Het Capgemini-rapport van maart 2026 bevestigt dat dit geen tijdelijk fenomeen is: de structurele druk op traditionele zakelijke banken zal de rest van het decennium aanhouden, terwijl niet-bancaire alternatieven sneller groeien dan hun bancaire tegenhangers.

Voor DGA's betekent dit dat een vergelijking van beschikbare opties meer loont dan voorheen. De keuze voor een bankrekening voor de holding is minder vanzelfsprekend geworden, en een afweging op basis van kosten, functionaliteit, acceptatiecriteria en juridische borging geeft een realistischer beeld van wat de verschillende aanbieders werkelijk te bieden hebben.