Uit de PFAS-kaart van Greenpeace blijkt dat vooral in Noord- en Zuid-Holland de concentraties in kraanwater alarmerend hoog zijn, in IJmuiden en Zaandam zelfs drie keer de advieswaarde van het RIVM. Dat verschil is geen toeval. Regio's die afhankelijk zijn van oppervlaktewater, zoals rivierwater, hebben vaker te maken met een hogere PFAS-belasting dan regio's die grondwater gebruiken. Lozingen stroomopwaarts werken direct door in de waterkwaliteit verderop.
Voorkomen is beter dan zuiveren
Drinkwaterbedrijven pleiten al langer voor een totaalverbod op PFAS. Terecht, want achteraf zuiveren is veel duurder en minder effectief dan bij de bron voorkomen. Zolang de instroom in oppervlaktewater doorgaat, blijven drinkwaterbedrijven dweilen met de kraan open.
De rekening voor PFAS-vervuiling wordt nu onterecht bij de maatschappij en de drinkwaterbedrijven neergelegd. Hoewel een algeheel Europees PFAS-verbod de enige structurele langetermijnoplossing is, kan in Nederland nu al worden ingegrepen. Omgevingsdiensten en waterschappen moeten de ruimte krijgen om bestaande lozingsvergunningen van directe industriële lozers open te breken en drastisch aan te scherpen.
Pak de verborgen bronnen aan
Daarnaast ligt de grootste prioriteit bij het rioolnetwerk. Onderzoek toont aan dat veel verhoogde PFAS-concentraties op dit moment niet te herleiden zijn naar de bekende, vergunde industrie. Dit wijst op een aanzienlijk aantal verborgen, indirecte bronnen in het midden- en kleinbedrijf die volledig buiten het zicht van de toezichthouders lozen. Wacht daarom niet op Brussel, maar breng deze anonieme lozers nu in kaart en pak PFAS aan bij de bron.