Uit antwoorden op vragen over de VWS-begroting blijkt dat het kabinet de eerder aangekondigde besparing van 150 miljoen euro per jaar grotendeels wil realiseren via het Toekomstbestendige Stelsel Geneesmiddelen (TSG). Dat is wrang, omdat allerlei partijen die meewerken aan het inrichten van het TSG daar niet van op de hoogte waren.
Nederland heeft de geneesmiddelenuitgaven de afgelopen elf jaar met succes beheerst. De zogeheten sluis voor geneesmiddelen, die in 2015 werd ingevoerd, heeft eraan bijgedragen dat de uitgaven aan innovatieve patentgeneesmiddelen in Nederland onder controle zijn.
De keerzijde is dat Nederlandse patiënten gemiddeld 493 dagen wachten op toegang tot innovatieve geneesmiddelen. Voor geneesmiddelen die door de sluis gaan, loopt dat zelfs op tot gemiddeld 655 dagen.
TSG dreigt afgerekend te worden op een besparingsdoelstelling
Omdat die situatie niet houdbaar is, werken overheid, Zorginstituut, zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patiëntenorganisaties en bedrijven al jaren aan het TSG. Het stelsel werd gepresenteerd als een manier om innovatieve geneesmiddelen sneller beschikbaar te maken voor patiënten, meer duidelijkheid te geven over vergoeding en procedures te verbeteren, terwijl de betaalbaarheid gewaarborgd blijft.
Groot is de verbazing dat het kabinet nu in antwoorden op vragen van de Kamer over de begroting aangeeft dat een groot deel van een structurele bezuiniging van 150 miljoen euro per jaar moet worden gerealiseerd via het nieuwe stelsel. Daarmee dreigt een instrument dat bedoeld was om toegang en voorspelbaarheid te verbeteren, vooral te worden afgerekend op een besparingsdoelstelling.
‘Innovatieve geneesmiddelen verdienen zich terug’
Een gepresenteerd onafhankelijk onderzoek van SEO Economisch Onderzoek laat zien dat innovatieve geneesmiddelen een investering zijn die zich terugverdient. Het onderzoek becijfert dat geneesmiddelengebruik via gezondheidswinst en hogere productiviteit kan bijdragen met een bedrag dat oploopt tot 4,5 keer de jaarlijkse uitgaven aan geneesmiddelen. Beleid dat uitsluitend wordt gestuurd op besparingen dreigt die bredere maatschappelijke opbrengsten uit het oog te verliezen.
Als de enige maatstaf voor succes een bezuiniging van 150 miljoen euro wordt, dreigt het kabinet datgene uit het oog te verliezen wat het nieuwe stelsel moest verbeteren: snellere toegang voor patiënten. De gevolgen beperken zich niet tot patiënten. Minder toegang tot innovatie betekent ook meer druk op de zorg, minder productiviteitswinst voor de samenleving, een minder aantrekkelijk klimaat voor klinisch onderzoek en een zwakker investeringsklimaat. Dat is moeilijk te rijmen met de ambities die het kabinet heeft uitgesproken voor de Nederlandse kenniseconomie en aanbevelingen uit het rapport-Wennink.