'Nederland kan de vervangingsopgave niet op gevoel aanpakken: meten moet de basis zijn'

• Fugro

Dat Nederland voor een grote vervangings- en renovatieopgave staat, komt niet uit de lucht vallen. Veel bruggen, tunnels, sluizen en viaducten zijn gebouwd in de jaren zestig, zeventig en tachtig en naderen het einde van hun technische levensduur. Tegelijk heeft jarenlang uitgesteld onderhoud de druk verder opgevoerd. Objecten die met tijdig en gericht onderhoud mogelijk nog langer veilig gebruikt hadden kunnen worden, moeten nu eerder worden aangepakt of vervangen.

De vraag is dan ook niet óf er scherpe keuzes gemaakt moeten worden, maar op basis waarvan. Juist nu geld, mensen en materialen schaars zijn, is het essentieel om prioriteiten op feiten te baseren. De oudste brug is namelijk niet per definitie de meest urgente. Een jonger object kan technisch in slechtere staat zijn en dus eerder risico’s opleveren. Zonder goede meetgegevens blijft het beleid te reactief en dreigt ingrijpen pas plaats te vinden als de problemen al groter, duurder en ontwrichtender zijn geworden.

Precies daar maken moderne monitoring- en inspectietechnieken het verschil. Met sensoren, satellietdata en andere meetmethoden kunnen afwijkingen, verzakkingen en beginnende schade veel eerder worden opgespoord, ook als die met het oog nog niet zichtbaar zijn. Dat maakt het mogelijk om slimmer te prioriteren, veiligheidsrisico’s beter te beheersen en waar nodig tijdelijke maatregelen te treffen totdat renovatie of vervanging kan plaatsvinden.

Vooral voor kleinere overheden is dat een grote uitdaging. Veel gemeenten en andere decentrale beheerders hebben nog onvoldoende zicht op de conditie van hun areaal en beschikken niet altijd over de kennis of capaciteit om die opgave zelfstandig goed te organiseren. Daarom is meer landelijke regie nodig: in kennisdeling, in richtlijnen voor inspectie en monitoring, en in een meer uniforme, toekomstgerichte aanpak. Want door keuzes te maken op basis van objectieve (meet)gegevens, kunnen de beperkte middelen optimaal worden ingezet om de infrastructuur in Nederland veilig, beschikbaar en toekomstbestendig te houden.