Het behandelen van hoge bloeddruk met een streefwaarde onder 130/80 mmHg hangt samen met een lager risico op hart- en vaatziekten, ernstige nierschade en overlijden. Dat blijkt uit onderzoek onder ruim 118.000 patiënten in Hongkong, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.
Afbeeldingsbron: Pexels
De onderzoekers gebruikten medische gegevens van 118.271 volwassenen met hoge bloeddruk. De deelnemers hadden bij aanvang geen diabetes, chronische nierziekte of voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten. Ook patiënten die vier of meer bloeddrukverlagende medicijnen gebruikten, werden niet in de analyse opgenomen.
De onderzoekers vergeleken een intensieve behandeling, gericht op een bloeddruk onder 130/80 mmHg, met een standaardbehandeling waarbij werd gestreefd naar een waarde tussen 130 en 140 mmHg voor de bovendruk en tussen 80 en 90 mmHg voor de onderdruk. De patiënten werden gemiddeld zeven jaar gevolgd. De maximale follow-up bedroeg elf jaar.
Bij patiënten die volgens de analyse intensief werden behandeld, lag het relatieve risico op ernstige hart- en vaatziekten 15 procent lager. Het risico op coronaire hartziekten was 19 procent lager en het risico op een beroerte 11 procent lager. Voor nierfalen in het eindstadium werd een 21 procent lager relatief risico gevonden.
Ook het risico om gedurende de onderzoeksperiode te overlijden was in de groep met de lagere bloeddrukstreefwaarde 12 procent lager. Het absolute risicoverschil bedroeg 0,58 procentpunt voor ernstige hart- en vaatziekten en 0,60 procentpunt voor sterfte door alle oorzaken.
De onderzoekers vonden geen statistisch significante toename van ernstige bijwerkingen waarvoor een ziekenhuisopname nodig was. Daarbij werd onder meer gekeken naar een te lage bloeddruk, flauwvallen, een trage hartslag, verstoringen van de elektrolytenbalans, vallen, acute nierschade en duizeligheid. Tijdens poliklinische bezoeken werd wel een kleine toename van flauwvallen en duizeligheid gezien.
De omvang van de onderzoeksgroep maakt de resultaten volgens Dokterfix relevant voor de berichtgeving over de behandeling van hoge bloeddruk. De studie geeft echter geen uitsluitsel over welke streefwaarde voor iedere individuele patiënt het meest geschikt is.
Bij de percentages moet volgens Slimgetest.nl onderscheid worden gemaakt tussen relatieve en absolute risicoverschillen. Zo bedroeg het absolute verschil voor ernstige hart- en vaatziekten 0,58 procentpunt, terwijl het relatieve risico 15 procent lager lag.
Voor het onderzoek werd geen gerandomiseerde klinische proef uitgevoerd. De wetenschappers bootsten met bestaande zorggegevens een klinische studie na. De indeling van patiënten werd afgeleid uit bloeddrukmetingen en gegevens over voorgeschreven medicijnen. Daardoor kan het onderzoek een verband aantonen, maar niet met zekerheid bewijzen dat de lagere streefwaarde de betere gezondheidsuitkomsten veroorzaakte.
Ook waren gegevens over onder meer voeding, lichaamsbeweging, sociaaleconomische positie en de duur van de hoge bloeddruk niet beschikbaar. Volgens de onderzoekers moeten behandeldoelen daarom worden afgestemd op de gezondheid, bijkomende aandoeningen en het risico op bijwerkingen van individuele patiënten.
Bronnen:
Optimal blood pressure target in patients with uncomplicated hypertension: a target trial emulation study
