Eerbetoon voor aanpak die gemeenten helpt ondernemers daadwerkelijk te laten vergroenen

• Hogeschool Rotterdam

Onderzoek in Schiedam: losse informatie en subsidies zijn niet genoeg; gemeenten moeten de hele route naar uitvoering organiseren

Gemeenten die bedrijventerreinen willen vergroenen, moeten ondernemers niet alleen informeren en subsidieregelingen aanbieden. Ze moeten het hele proces organiseren: van ecologische analyse en persoonlijk advies tot offerte, aanleg en onderhoud. Dat blijkt uit het tweejarige onderzoek ‘Over de grenzen van grijs naar groen’ van Larissa van der Knaap, onderzoeker bij Hogeschool Rotterdam. Zij heeft vandaag voor haar aanpak het eerbetoon Steenbreker van het Jaar ontvangen.

Larissa van der Knaap / Fotograaf Dennis Wisse

Van der Knaap onderzocht voor gemeente Schiedam waarom ondernemers op ’s-Gravelandsepolder en het Schiedamse deel van de Spaanse Polder wel willen vergroenen, maar vaak niet tot uitvoering overgaan. Zij sprak met verschillende ondernemers en testte de ontwikkelde aanpak in een pilot met zeven bedrijven.

De ondernemers bleken niet alleen tegen financiële drempels aan te lopen. Ze weten vaak niet welke planten geschikt zijn, welke regels gelden, wie de werkzaamheden kan uitvoeren en hoe het onderhoud moet worden geregeld. Ook de sociale norm speelt een belangrijke rol: ondernemers willen wel vergroenen, maar niet als enige op een verder versteend bedrijventerrein.

“Veel gemeenten proberen ondernemers te stimuleren met informatie of een subsidieregeling. Maar daarmee moet de ondernemer nog steeds zelf alle losse onderdelen bij elkaar brengen”, zegt Van der Knaap. “Juist die opeenstapeling van vragen zorgt ervoor dat vergroening wordt uitgesteld. Gemeenten kunnen dat doorbreken door het proces van begin tot eind te organiseren.”

Van stimuleren naar procesregie

De aanpak is gebaseerd op het COM-B-model van gedragswetenschappers Susan Michie, Maartje van Stralen en Robert West. Volgens dit model ontstaat gedrag pas wanneer mensen over drie voorwaarden beschikken: bekwaamheid, gelegenheid en motivatie. De ondernemers waren veelal al gemotiveerd om te vergroenen. Wat vaak ontbrak, waren de benodigde kennis en praktische mogelijkheden om daadwerkelijk aan de slag te gaan.

Daarom richt de aanpak zich niet op één afzonderlijke maatregel, maar op het complete proces. Binnen de pilot kregen ondernemers een veldbezoek, ecologisch advies, een concreet ontwerp en een offerte. Ook werden financieringsmogelijkheden, materialen, aanleg en onderhoud bij elkaar gebracht. Eén aanspreekpunt voorkwam dat ondernemers zelf alle informatie en uitvoerende partijen moesten zoeken. De acceptatie van de offertes markeerde de stap van een positieve intentie naar concrete uitvoering.

Dit vraagt van gemeenten een andere rol: niet alleen informeren en stimuleren, maar de voorwaarden organiseren die uitvoering mogelijk maken. Uit het onderzoek zijn voor gemeenten vijf concrete lessen af te leiden:

  • Begin bij wat de lokale natuur nodig heeft.

Breng met een ecologische quickscan in kaart welke planten en dieren in het gebied voorkomen, wat zij nodig hebben en welke ecologische verbindingen kunnen worden versterkt. Zo vormt de lokale natuur het vertrekpunt voor de maatregelen.

  • Wijs één herkenbare procesregisseur aan.

Zorg dat ondernemers niet zelf hun weg hoeven te zoeken tussen gemeentelijke afdelingen, subsidieregelingen, ecologische adviseurs en uitvoerende partijen.

  • Ga met maatwerk naar de ondernemer toe.

Bespreek tijdens een veldbezoek de wensen van de ondernemer en onderzoek welke maatregelen op het terrein ecologisch, ruimtelijk en financieel haalbaar zijn.

  • Vertaal het advies naar een uitvoerbaar aanbod.

Combineer het ecologische advies met een ontwerp, plantenmix, offerte, financieringsmogelijkheden, uitvoerende partij en afspraken over onderhoud. Daarmee krijgt de ondernemer alles wat nodig is om een besluit te nemen en daadwerkelijk te beginnen.

  • Maak deelname en resultaat zichtbaar.

Laat zien welke bedrijven meedoen en wat daar wordt gerealiseerd. Dat verkleint het gevoel dat een ondernemer als enige investeert en helpt om vergroening op het bedrijventerrein tot de nieuwe sociale norm te maken.

Meer dan een tijdelijk subsidieproject

Voor blijvend resultaat moet een gemeente de procesregie structureel beleggen en afspraken maken over capaciteit, financiering en beheer. Een tijdelijke subsidie kan de eerste aanleg mogelijk maken, maar biedt geen garantie voor onderhoud of uitbreiding. De aanpak vraagt daarom om samenwerking tussen economische zaken, duurzaamheid, ruimtelijke ontwikkeling, ecologie en beheer.

Als alle voorgenomen maatregelen doorgaan, kan op de twee Schiedamse bedrijventerreinen ruim 1 hectare groen worden toegevoegd. Irado, dat in Schiedam onder meer afval inzamelt en de openbare ruimte beheert, bereidt de grootste vergroening voor. De definitieve omvang en planning zijn nog afhankelijk van de verdere voorbereiding en besluitvorming.

Ook toepasbaar in andere gemeenten

De procesaanpak kan ook op andere bedrijventerreinen worden gebruikt. Het proces blijft gelijk, maar de maatregelen en plantenmixen worden aangepast aan het lokale ecosysteem. Ook bedrijventerreinen die al groen zijn, kunnen daarmee ecologisch worden verbeterd.

De eerste organisaties binnen en buiten Zuid-Holland hebben zich inmiddels gemeld om de procesaanpak te ontvangen. Gemeenten en ondernemersverenigingen die willen onderzoeken wat de aanpak voor hun bedrijventerreinen kan betekenen, kunnen contact opnemen met Larissa van der Knaap via L.L.m.van.der.knaap@hr.nl.

Volgens het juryrapport ontvangt Van der Knaap het eerbetoon vooral vanwege de nadruk op het verbeteren van de biodiversiteit en het creëren van ecologische verbindingen. Het initiatief is een inspiratie voor alle bedrijfsterreinen in Nederland dat laat zien dat een relatief eenvoudige ingreep veel impact kan hebben. .

Van der Knaap voerde het onderzoek voor gemeente Schiedam uit in het kader van de master Klimaatpsychologie en -gedrag aan de Hogeschool van Amsterdam. Zij is als onderzoeker verbonden aan Kenniscentrum Business Innovation van Hogeschool Rotterdam en maakte gebruik van de subsidie van RegioDeal Waterwegregio.