Het aantal mensen met dementie groeit hard: elk uur komen er in Nederland 5 mensen met dementie bij. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat dementie de maatschappij jaarlijks 31,8 miljard euro kost. Dat gaat over zowel zorgkosten als effecten op de samenleving. Gezien de dubbele vergrijzing groeit de noodzaak om hier iets aan te doen. Meer inzetten op bewegen kan helpen. Voldoende bewegen is namelijk een van de factoren die samenhangen met een lager risico op dementie.
Momenteel telt Nederland 320.000 mensen met dementie, waarvan 75 procent thuis woont. Zij bewegen vaak weinig en beduidend minder dan leeftijdsgenoten zonder dementie. Dit terwijl bewegen ook voor mensen met dementie positieve effecten heeft op de fysieke, sociale en mentale gezondheid. Zo draagt bewegen onder andere bij aan het krijgen van nieuwe prikkels, het verlagen van het valrisico en het ontmoeten van andere mensen. Ook draagt het bij aan een betere kwaliteit van leven.
Preventief gezien hangt voldoende bewegen samen met een lager risico op dementie. Uit onderzoek blijkt dat het risico op dementie 20 procent lager is bij mensen die veel bewegen, vergeleken met mensen die niet bewegen (1). Het doen van huishoudelijk werk en sport- en beweegactiviteiten in de vrije tijd, verlaagt het risico op dementie met respectievelijk 21 procent en 35 procent (2).
Het toenemend aantal mensen met dementie vraagt om actie: inzetten op meer bewegen. Verschillende professionals spelen daarbij een rol. Dit begint bij de gemeente via beleid en het stimuleren van samenwerking, zodat beweegactiviteiten toegankelijk, veilig en dementievriendelijk zijn. Een casemanager of huisarts kan dan weer signaleren dat iemand weinig beweegt en doorverwijzen naar een passende beweegactiviteit bij de buurtsportcoach. Aandacht voor meer bewegen is dus hard nodig, zowel voor het verkleinen van de kans op dementie als voor het vertragen van het proces van dementie.