Elk uur komen er vijf mensen met dementie bij. Uit cijfers van Alzheimer Nederland blijkt dat het aantal mensen met dementie alleen maar verder toeneemt. Toch blijkt uit een nieuwe studie dat de kans op dementie met 15 procent is gedaald ten opzichte van tien jaar geleden. Hoewel er nog altijd geen wondermedicijn is, zijn er factoren die bijdragen aan een lager risico op dementie. Een van die factoren is voldoende bewegen.
Preventief gezien hangt voldoende bewegen samen met een lager risico op dementie. Uit onderzoek blijkt dat het risico op dementie 20 procent lager is bij mensen die veel bewegen vergeleken met mensen die niet bewegen. Het doen van huishoudelijk werk en sport- en beweegactiviteiten in de vrije tijd verlaagt het risico op dementie met respectievelijk 21 procent en 35 procent.
Bewegen heeft effect op fysieke, sociale en mentale gezondheid
Momenteel telt Nederland 320.000 mensen met dementie, waarvan 75 procent thuis woont. Zij bewegen vaak weinig en beduidend minder dan leeftijdsgenoten zonder dementie. Dit terwijl bewegen ook voor mensen met dementie nog altijd positieve effecten heeft op de fysieke, sociale en mentale gezondheid. Zo draagt bewegen onder andere bij aan het krijgen van nieuwe prikkels, het verlagen van het valrisico, het ontmoeten van andere mensen en het zorgt voor een betere kwaliteit van leven.
Gemeenten spelen cruciale rol
Inzetten op meer bewegen loont dus, zowel voor het verkleinen van de kans op dementie als voor het vertragen van het proces van dementie. Dit begint bij de gemeente via beleid en het stimuleren van samenwerking, zodat beweegactiviteiten toegankelijk, veilig en dementievriendelijk zijn. Een casemanager of huisarts kan dan weer signaleren dat iemand weinig beweegt en doorverwijzen naar een passende beweegactiviteit bij de buurtsportcoach.