Bijna de helft van de managers ziet de prestaties van hun teams verbeteren door AI, blijkt uit onderzoek van onderzoeks- en adviesbureau Gartner. Maar organisaties laten het gebruik ervan teveel over aan de individuele werknemers.
Leiders geven daarin te weinig richting. Dat is een probleem, want medewerkers experimenteren dan wel met AI, maar de organisatie als geheel leert nauwelijks.
Hier ligt een duidelijke rol voor werkgevers. Zij moeten zorgen dat AI niet alleen iets is waarmee individuele werknemers hun eigen werk sneller kunnen doen, maar een vraagstuk dat de hele organisatie raakt.
Hoe AI kan bijdragen aan de organisatiedoelen, waar de menselijke meerwaarde zit, welke rollen en taken er door AI gaan worden overgenomen, al dat soort vraagstukken kunnen niet onbeantwoord blijven. Het is aan werkgevers en leidinggevenden om daar het voortouw in te nemen en de lijnen uit te zetten.
Doen zij dat niet, dan groeit het risico dat AI vooral leidt tot losse efficiëntiewinst, terwijl teams juist meer onduidelijkheid ervaren over verwachtingen, prioriteiten en de besteding van vrijgekomen tijd. Het gebruik van AI zorgt dan voor meer onduidelijkheid.
Werkgevers doen er goed aan om duidelijke kaders te geven, te zorgen dat hun mensen goed getraind worden en teams ruimte krijgen om de impact van AI voor het dagelijkse werk met elkaar te onderzoeken en te bespreken.
Pas als die gesprekken plaatsvinden, kan AI bijdragen aan betere, toekomstgerichte organisaties in plaats van alleen snellere processen.
