Heggen hebben een positief effect op ondergrondse biodiversiteit

• Web Wings B.V

Uit onderzoek van het NIOO (Nederlands Instituut voor Ecologie) op 22 mei 2026 blijkt dat heggen ook onder de grond een positief effect hebben. Zij onderzochten de Maasheggen bij Boxmeer, waar oude heggen tussen akkers, weilanden en half natuurlijke graslanden staan. Hun vraag was wat heggen doen met het bodemleven. Uit hun onderzoek is gebleken dat onder heggen een eigen leefgebied ontstaat voor bacteriën, schimmels en andere bodemorganismen. Daarmee zijn hagen waardevol voor vogels en insecten, maar vooral ook voor de natuur onder het maaiveld.

Onderzoek toont verborgen voordelen van heggen aan

Het onderzoek richtte zich op de bodem onder heggen in het Maasheggengebied, gelegen rond Boxmeer, tussen Vierlingsbeek en Cuijk. Dit gebied heeft de status van UNESCO Werelderfgoed. Ecologen vergeleken bodems bij productiegrasland, akkers en half natuurlijke graslanden. Zij zagen dat heggen een eigen microbieel bodemleven hebben. Vooral schimmels vallen op. Wim van der Putten is onderzoeker bij NIOO. Hij zegt: “In de bodem van heggen komen veel schimmelsoorten voor die in akkers ontbreken.” Volgens de onderzoekers ontstaan onder heggen complexe microbiële netwerken in de bodem. Die netwerken verschillen van de agrarische percelen ernaast.

Heggen dragen bij aan een sterker ecosysteem

De onderzochte heggen hebben invloed op meer dan biodiversiteit. Volgens Wim van der Putten helpen schimmels in de heggenbodem bij het opnemen en vasthouden van water. Daardoor zijn heggen minder gevoelig voor extreme weersomstandigheden dan de akkers en weilanden ernaast. Dit is juist nu relevant, omdat droogte en hevige regen veel aandacht krijgen. De onderzoekers wijzen tevens op de netwerken van microben onder heggen. Die netwerken raken minder snel uit balans dan het bodemleven in intensief gebruikte percelen.

Meer biodiversiteit boven én onder het maaiveld

Het positieve effect van heggen op vogels en insecten was al langer bekend. Ze geven voedsel, dekking en nestgelegenheid aan soorten die afhankelijk zijn van struiken en randen. Het nieuwe onderzoek voegt daar de ondergrondse kant aan toe. Onder meidoorn, roos en andere struiken leven bodemorganismen die minder zichtbaar zijn, maar wel meetellen voor biodiversiteit. De Maasheggen tonen dit sterk, omdat daar heggen staan van minstens honderd jaar oud. Een jonge, snelgroeiende laurierhaag duidelijk minder effect hebben op de ondergrondse biodiversiteit dan oude heggen. In Nederland zijn veel oude landschapselementen verdwenen, waardoor het herstellen van hagen meer aandacht krijgt. Heggen laten zien dat bovengrondse keuzes ook ondergronds gevolgen hebben.