'Bewegen kansrijk bij preventie van kanker én effectief tijdens en na de behandeling'

• Kenniscentrum Sport en Bewegen

Het aantal mensen in Nederland dat kanker krijgt blijft de komende twintig jaar toenemen, volgens nieuwe berekeningen van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Een actieve leefstijl kan het risico op verschillende vormen van kanker, zoals borst-, darm- en baarmoederkanker, verlagen. Maar juist ook tijdens en na behandeltraject heeft bewegen positieve effecten. Dit maakt inzetten op bewegen als onderdeel van een actieve leefstijl essentieel. 

Bewegen tijdens en na behandeltrajecten vergroot namelijk de overlevingskans, helpt patiënten beter omgaan met de ziekte en verbetert de kwaliteit van leven. Naast het vergroten van de kans op overleving, is er bewijs dat bewegen een positieve invloed heeft op de fitheid, spierkracht en het lichamelijk welzijn van mensen met kanker. Verder kunnen sport en bewegen bijdragen aan vermindering van angst en vermoeidheid.

Mensen met kanker bewegen vaak minder, ondanks de voordelen

Ondanks deze positieve effecten gaan mensen die te maken krijgen met kanker vaak juist minder bewegen. Dat is begrijpelijk, omdat de ziekte en behandelingen zoals chemotherapie, bestraling of een operatie veel invloed hebben op het lichaam. Denk aan verlies van spiermassa, algehele malaise en bijwerkingen van chemotherapie en/of bestraling. Deze inactiviteit kan de vermoeidheid en afgenomen fitheid verergeren en het risico op hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen verhogen. Ook na afloop van de behandeling zijn mensen relatief vaak inactief. 

Meer aandacht nodig voor de voordelen van bewegen

Ondanks dat het risico om aan kanker te overlijden al jaren afneemt, neemt het aantal mensen dat overlijdt aan kanker toe door het toenemende aantal kankerdiagnoses vanwege onder meer vergrijzing. Inzetten op sport en bewegen als vanzelfsprekend onderdeel van zowel de preventie, als tijdens behandeltrajecten en bij de nazorg daarvan is zeer kansrijk. Aandacht hiervoor is dan ook hard nodig, zowel bij gemeenten in het kader van preventie als in de ziekenhuiszorg tijdens de behandeling en nazorg van patiënten.