Ook in aanloop naar de lokale verkiezingen staan Meta’s socialemediaplatformen nog altijd vol met politieke reclames. Soms afkomstig van duidelijk herkenbare politieke partijen, soms van schimmige kwaadwillende afzenders. Daarmee houdt Meta zich niet aan de eigen platformrichtlijnen, bleek deze week wederom.
In anticipatie op de Verordening Politieke Reclame (VPR) hadden Google en Meta zelf besloten om politieke reclame in de ban te doen. Dit omdat de Verordening lastig implementeerbaar zou zijn.
Maar waar politieke partijen eerder volgens de ban van Meta en Google niet zouden kunnen adverteren, bleek dat nu dus toch wel mogelijk. Dat leidt ertoe dat politieke partijen die online proberen te adverteren en zo (mogelijk onbewust) de regels omzeilen, zichtbaarder zijn dan bijvoorbeeld politieke partijen die naar aanleiding van de ban hadden besloten om niet online te adverteren.
Het is begrijpelijk dat politieke partijen ook graag hun kiezers via sociale media willen bereiken. De VPR heeft ook niet als doel om politieke reclame onmogelijk te maken – dat was een keuze van Google en Meta – maar juist om burgers te helpen gemakkelijker politieke reclame en targeting te herkennen. De VPR moet kort gezegd verduidelijken van wie de boodschap afkomstig is, wie ervoor betaald wordt en wie er wordt bereikt.
Nu Meta haar ban niet handhaaft en ook eenvoudig herkenbare politieke reclames niet detecteert, is bovendien de vraag in hoeverre ze politieke reclame van inmengende buitenlandse actoren wél weten op te sporen.
De VPR kan in bovenstaande gevallen meer duidelijkheid scheppen. De Nederlandse uitvoeringswet voor de VPR is echter nog niet aangenomen, waardoor toezichthouders nog niet over alle benodigde bevoegdheden beschikken om toezicht te houden en te handhaven. Het is zaak daar zo snel mogelijk op in te zetten.