Er zijn dringend richtlijnen nodig voor verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie in de wetenschap. Onverantwoord gebruik van AI ondermijnt de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis en het vertrouwen in de wetenschap.
Er is groeiende media-aandacht voor de meerwaarde van het gebruik van AI in de wetenschap. Zo berichtte de Volkskrant onlangs over baanbrekende nieuwe wetenschappelijke inzichten die we zonder AI niet hadden gehad.
Het is natuurlijk geweldig als nieuwe technologie onze wetenschappelijke kennis uitbreidt. Maar de impact van AI op de wetenschap reikt verder. Onderzoek van het Rathenau Instituut laat zien dat het gebruik van generatieve AI, zoals ChatGPT, centrale wetenschappelijke waarden onder druk zet. Onder meer integriteit, onafhankelijkheid en betrouwbaarheid staan op het spel. Bovendien heeft het gebruik van AI bredere maatschappelijke gevolgen, die we niet uit het oog moeten verliezen. Zo consumeert AI buitensporig veel energie en water.
Op dit moment ontbreken heldere richtlijnen voor wetenschappelijk onderzoekers voor het gebruik van generatieve AI. Maar zonder richtlijnen worden individuele wetenschappers te veel aan hun lot overgelaten. De wetenschap wordt overspoeld door nep-artikelen, en de onderlinge concurrentie wordt verder aangejaagd. Op de lange termijn kan hierdoor de betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis en het vertrouwen in de wetenschap worden ondermijnd.
Er moeten daarom snel normen of regels worden vastgesteld voor verantwoord gebruik van generatieve kunstmatige intelligentie. Universiteiten en andere kennisinstellingen moeten commissies aan het werk zetten om richtlijnen te formuleren. Dit vraagt ook om een politieke afweging over conflicterende waarden zoals efficiency, autonomie, duurzaamheid en rechtvaardigheid. Daarnaast moet de Nederlandse wetenschap zich ook bezinnen op de langere termijn: wat voor wetenschap wensen we eigenlijk, met of zonder generatieve AI?