De inmiddels teruggedraaide bezuiniging op ‘proactieve dienstverlening’ in de bijstand legt een pijnlijke paradox in het overheidsbeleid bloot. Terwijl de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) inzet op een overheid die burgers actief ondersteunt, werd bij de Voorjaarsnota geprobeerd te besparen op burgers die hun rechten niet kennen. Een besparing op proactieve hulp is geen doelmatige keuze; het is een korte-termijnwinst die de maatschappelijke kosten op de lange termijn juist verhoogt.
Digitaal bereik als noodzaak
Vanuit het perspectief van de digitaliseringsstrategie is het essentieel om burgers tijdig te bereiken. Cijfers van de Arbeidsinspectie tonen aan dat ongeveer 170.000 huishoudens recht hebben op bijstand, maar deze niet aanvragen. Onderzoek van onder meer de WRR laat zien dat complexiteit en onbekendheid de grootste drempels zijn. Proactieve digitale dienstverlening is de manier om de kloof tussen burger en recht te dichten.
Data-uitwisseling als fundament
Het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening is daarom een stap in de goede richting. Door gegevens die al bij de overheid beschikbaar zijn slim te benutten, ontstaat sneller inzicht in wie recht heeft op ondersteuning. Dit voorkomt dat kwetsbare burgers zelf door een woud van regels moeten navigeren. Het organiseren van dienstverlening rondom de burger, in plaats van rondom instanties, is cruciaal om belemmeringen in de uitvoering weg te nemen.
Voorkomen van hogere kosten
Bezuinigen op proactieve hulp door in te zetten op niet-gebruik is een risicovolle strategie. Niet-gebruik van inkomensondersteuning leidt vaak tot grotere problemen en daarmee hogere maatschappelijke kosten. Tijdige signalering en geautomatiseerde ondersteuning dragen juist bij aan een efficiëntere uitvoering en lagere administratieve lasten. Een beperking van deze dienstverlening veroorzaakt op termijn juist extra druk op het sociale systeem.
Herstel van vertrouwen
Hoewel de politiek het waarschijnlijk niet door de bril van de digitale overheid heeft bekeken, ligt een consistente toepassing van proactieve digitale dienstverlening voor de hand. Het raakt niet alleen de effectiviteit van beleid, maar ook het vertrouwen in een overheid die digitaal beter in staat is om burgers tijdig te ondersteunen. De uitdaging ligt nu in de uitvoering: het realiseren van een betrouwbare, schaalbare en veilige digitale infrastructuur die proactieve dienstverlening daadwerkelijk mogelijk maakt.